Gepubliceerd in de nieuwsbrief van Publishing New Writers ->
Voordat ik aan mijn thriller The Price of Proximity begon, had ik al acht boeken over IT geschreven. Die boeken leerden me veel over structuur, deadlines en het uitleggen van ingewikkelde onderwerpen op een manier die lezers goed kunnen volgen. Ze leerden me ook om door te gaan wanneer een eerste versie niet werkte.
Ik ging ervan uit dat een deel van die ervaring het schrijven van fictie makkelijker zou maken. Dat deed het ook, maar niet altijd op de manier die ik had verwacht. Een technisch boek heeft meestal een vrij duidelijk doel. De informatie moet kloppen, bruikbaar zijn en logisch zijn opgebouwd. Fictie heeft ook structuur nodig, maar logica alleen maakt een scène nog niet interessant. Een hoofdstuk kan helder en goed geschreven zijn en toch vlak aanvoelen. Ik heb er daar inmiddels meerdere van geschreven.
Nieuwe schrijvers denken soms dat ze het hele boek moeten begrijpen voordat ze beginnen. Elk personage zou een geschiedenis moeten hebben, elke plotwending een vaste plek en het einde zou ergens in de verte al klaar moeten liggen. Plannen helpt mij zeker, maar het verhaal verandert ook terwijl ik het schrijf.
Tijdens het werken aan mijn thriller heb ik personages aangepast, delen van de plot geschrapt en de openingshoofdstukken meer dan eens herschreven. Ik heb scènes verplaatst toen ik merkte dat de lezer op het ene moment te veel wist en op een ander moment juist te weinig. Ik zie die eerdere versies niet langer als fouten. Ze gaven me iets concreets om op te reageren. Zonder die versies zou ik waarschijnlijk nog steeds aan het plannen zijn.
Een eerste versie is geen belofte
Sommige scènes werken verrassend snel. Andere bevatten uiteindelijk maar één bruikbaar gesprek, beeld of reactie. Soms laat een scène je vooral zien dat het verhaal een andere kant op moet. Dat kan voelen als verspilde tijd, zeker na een paar uur werken. Toch leert een mislukte scène me vaak meer dan nog een week nadenken over de ideale versie.
Tijdens een van mijn redactierondes vond ik hoofdstukken die wel relevante informatie bevatten, maar verder nauwelijks iets deden. De personages waren niet van gedachten veranderd. Hun onderlinge relaties waren hetzelfde gebleven. Het gevaar was niet groter geworden. Inmiddels kijk ik bij een hoofdstuk of het iets onthult, de druk opvoert of een relatie verandert. Het hoeft niet altijd alle drie te doen, maar aan het einde moet er iets anders zijn dan aan het begin.
Goed geschreven tekst moet soms toch verdwijnen
Een zwakke zin schrappen doet meestal niet zoveel pijn. Een zin weghalen die je zelf goed vindt, is iets anders. Ik heb zinnen geschrapt die ritme en sfeer hadden. Sommige klonken zelfs beter dan de zinnen eromheen. Dat was meteen ook het probleem: ze trokken te veel aandacht naar zichzelf en vertraagden de scène.
Schrijvers houden soms aan zulke zinnen vast omdat ze voelen als bewijs dat ze kunnen schrijven. Dat gevoel herken ik. Tegelijkertijd weet ik dat een lezer een mooie zin waarschijnlijk niet bewondert als die het verhaal onderbreekt. Soms bewaar ik geschrapte zinnen in een apart document. De meeste keren keren nooit terug, maar het helpt een beetje om te weten dat ze niet helemaal verdwenen zijn.
Mysterie is niet hetzelfde als verwarring
Een thriller heeft onbeantwoorde vragen nodig. Onduidelijke actie niet. Dat leerde ik tijdens het herschrijven van mijn openingshoofdstukken. In één versie legde ik zoveel uit dat de spanning verdween. In een andere versie hield ik juist te veel achter, waardoor de scène lastig te begrijpen werd.
Na verschillende herschrijfrondes werd de juiste balans duidelijker. Lezers hoeven niet meteen te begrijpen waarom iets gebeurt. Ze moeten wel begrijpen wat er gebeurt en wat dat betekent voor het personage. Mysterie nodigt de lezer uit om door te lezen. Verwarring kan er juist voor zorgen dat iemand afhaakt.
Onderzoek moet het verhaal dienen
Onderzoek brengt weer een andere verleiding met zich mee. Als je uren hebt besteed aan het uitzoeken van een locatie, beroep of onderwerp, wil je natuurlijk iets doen met wat je hebt gevonden. Ik merkte dat sommige details in mijn verhaal wel klopten en interessant waren, maar de scène niet beter maakten. Hun voornaamste functie leek vooral te zijn dat ze bewezen dat ik mijn huiswerk had gedaan.
Dat bracht me bij een praktischere vraag: beïnvloedt dit detail wat een personage ziet, besluit of doet? Een goed gekozen observatie kan ongemak, ervaring of gezag laten zien. Soms is dat genoeg. Een langere uitleg kan inhoudelijk correct zijn, maar ondertussen wel het tempo uit het verhaal halen.
Een groot deel van je onderzoek haalt de uiteindelijke pagina misschien nooit. Ik denk niet dat het daardoor zinloos is. Het helpt je om de wereld achter het verhaal beter te begrijpen en met meer vertrouwen de juiste details te kiezen. Lezers hoeven het onderzoek zelf meestal niet te zien. Ze moeten erop kunnen vertrouwen dat de wereld die jij hebt gemaakt klopt.
Onzekerheid hoort bij het proces
Zelfs na acht boeken twijfel ik nog steeds aan mijn keuzes. Is het hoofdpersonage interessant genoeg? Laat ik het gevaar te vroeg zien? Legt deze scène te veel uit, of heb ik juist iets essentieels weggelaten?
Ik probeer die twijfel om te zetten in vragen waar ik echt iets mee kan. Wat verandert er tijdens deze scène? Begrijpt de lezer wat er is gebeurd? Helpt dit detail het verhaal, of gebruik ik het vooral omdat ik het zelf interessant vond om te ontdekken? Zou het hoofdstuk beter lezen zonder de zin die ik zelf het mooist vind?
Die vragen nemen de onzekerheid niet weg, maar ze maken het herschrijven gerichter. Een eerste versie hoeft niet te bewijzen dat je al weet hoe je het hele boek moet schrijven. Die versie geeft je iets dat je kunt lezen, bevragen en verbeteren. Voor mij begint daar een groot deel van het echte schrijfwerk.
Ik wens iedere beginnende schrijver het vertrouwen om te beginnen, het geduld om te herschrijven en genoeg koppigheid om door te gaan wanneer de pagina’s weigeren mee te werken.
Veel succes met schrijven.

